Waddenzee
Zeilen op de Waddenzee; het grootste natuurgebied van Nederland. Het imponerende spel van eb en vloed nodigt u uit voor een bijzondere zeil belevenis. Bij hoog water vaart u over de zandbanken naar de eilanden. Bij laag water vaart u erlangs terwijl de zeehonden op de banken liggen te dommelen. We kunnen voor anker op een rustige plek en zodra het schip droogvalt, een wandeling maken op de bodem van de zee.
Informatie
2 miljoen m2
1430 m
U kunt op bepaalde plaatsen in de Waddenzee voor anker gaan, in een priel varen of droogvallen en het Wad te voet ontdekken.
Vanuit onze vertrekhavens Harlingen, Lauwersoog/Zoutkamp, Delfzijl en Makkum varen wij naar de Nederlandse Waddeneilanden, van Texel tot en met Schiermonnikoog. Vanuit Delfzijl en Lauwersoog/Zoutkamp zijn ook meerdaagse zeiltochten mogelijk naar de Duitse Waddeneilanden.
Het Waddengebied bestaat uit een ondiep, gedeeltelijk afgesloten deel van de Noordzee, de Waddenzee, begrensd door kwelders en een reeks duineilanden, de waddeneilanden. De Waddenzee maakt deel uit van het grootste getijdengebied in Europa dat zich uitstrekt van Den Helder tot het Deense Esbjerg, een gebied met uitgestrekte slikken, zandbanken en geulen. Het grootste deel van de Waddenzee en van de onbewoonde eilanden zijn natuurreservaten krachtens de Natuurbeschermingswet en de PKB Waddenzee. Het gebied is van internationaal belang omdat het een kraamkamer is voor de Noordzee, een rust-, rui- en voedselgebied voor miljoenen trekvogels, en een broedgebied voor duizenden vogels, zeehonden en vele andere soorten.
Omvang: ca. 250.000 ha; het natuurreservaat is ca. 150 000 ha.
De natuurlijke waarden van het gebied zijn vooral verbonden met zijn karakter als ondiepe zee met zijn slikken en zandbanken die bij laag tij droogvallen. De mariene fauna is divers en rijk aan bijvoorbeeld wormen, schelpdieren, schaaldieren en vissen. Bovendien is het een kraamkamer voor garnalen en vis voor de Noordzee en een voedselgebied voor vogels en zeehonden. Er zijn waadvogels die er voedsel zoeken bij eb en bij vloed rusten op hoger gelegen stranden, duinen en eilanden (hoogwatervluchtplaatsen); de zeehonden rusten op zandbanken en stranden bij eb en foerageren vooral bij vloed.
De ondiepe zee is rijk aan allerlei soorten algen en wieren (diatomeeën, groenwieren, bruinwieren, roodwieren en de bacterieachtige blauwwieren). Voorbeelden van de rijke ongewervelde fauna zijn diverse soorten wormen, schelpdieren, garnalen, kreeften en krabben. De meest voorkomende vissoorten zijn Haring, Zandspiering, Makreel, Sprot en Schol. Belangrijke broedvogels zijn o.a. Scholekster, Tureluur, Wulp, Rosse grutto, Kleine strandloper, Bonte strandloper, Drieteenstrandloper, Kanoetstrandloper, Bontbekplevier, Strandplevier, Zilverplevier, Rotgans, Brandgans, Smient, Bergeend, Eidereend, Zilvermeeuw, Kokmeeuw, en Visdief. En bovendien is in het gebied een gezonde populatie Gewone zeehonden en Grijze zeehonden.